DE NEDERLANDSE OORSPRONG VAN ANDRÉ CITROËN

Ingenieur en genie André Gustave Citroen, in 1878 geboren in Parijs uit een Nederlandse vader en Poolse moeder, reist op jeugdige leeftijd naar Polen en doet daar de vondst die zijn leven zou veranderen: tandwielen met visgraatvertanding die op deze wijze grotere krachten kunnen overbrengen en minder slijtage veroorzaken. Hij koopt de uitvinding, vraagt octrooi aan in Parijs en combineert deze samen met andere toepassingen van ijzer en staal. Deze tandwielen met visgraatvertanding zullen later de oorsprong worden van het Citroën-logo, ook wel ‘sergeantstrepen’ of ‘doubles chevrons’ worden genoemd. De oorsprong van de naam Citroen ligt overigens in Amsterdam, waar een van de voorouders van André in fruit handelde en als bijnaam Limoenman had. Bij het vastleggen van de achternamen in de tijd van Napoleon werd de naam Citroen gekozen.

Mors-autofabriek
Als er een manager bij de noodlijdende Mors-autofabriek wordt gezocht, wordt André Citroën (intussen met trema op de e, naar verluidt toegevoegd door de schoolmeester van André die moeite had de naam uit te spreken) voorgedragen en hij zal met zijn bijzondere visie op marketing en publiciteit het tij weten te keren. Het merk wordt zelfs als geheel later door hem overgenomen en zal bestaan tot rond 1925.

Na zijn functie bij Mors wordt André Citroën opgeroepen voor militaire dienst. En hier valt hem al snel op dat er een chronisch tekort aan granaten aan de Franse kant is. Citroën schrijft wat we nu zouden noemen een bedrijfsplan en gaat binnen zijn eigen kringen op zoek naar geld. Met dat alles weet hij de legertop te overtuigen en in 1915 wordt aan de rand van Parijs in de wijk Javel een complex met groentetuinen omgeploegd, waar niet veel later de granatenfabriek van Citroën zal verrijzen. Voor de productie wordt beroep gedaan op vrouwen – de mannen zijn immers aan het front. Om de arbeidsomstandigheden voor vrouwen prettiger te maken, worden speciale zaken als crèches en winkels in de fabriek geïntegreerd.

10HP Type A
André Citroën denkt (en hoopt) dat de oorlog met al zijn ellende niet lang zal duren – en hij wil zijn opgedane ervaringen met massaproductie van de granaten dan voor iets anders in gaan zetten. En die ervaring doet hem kiezen voor de auto-industrie. Niet voor de chique, dure modellen, maar voor een volksauto. Met medewerking van auto-ontwerper Jules Salomon wordt de eerste Citroën ontworpen: de 10HP Type A. Een week na het tekenen van de vrede wordt het prototype van de auto, die dan nog als merk André Citroën draagt, ‘goedgekeurd’. Het zal dan echter nog een half jaar duren voor het eerste exemplaar aan de ongeduldige kopers kan worden overhandigd. Er ontstaat een grote vraag, aangewakkerd door de bijzondere reclames die het merk vanaf begin 1919 in dag- en weekbladen laat verschijnen.

De eerste Citroëns type A waren, in tegenstelling tot wat later graag verteld wordt, slechts in een beperkt aantal kleuren beschikbaar. Zo was de vierzits open torpédo er alleen in het artillerie-grijs, naar verluidt vond een opgekochte partij legerverf op deze manier nog een mooie bestemming.

Nederland één van de eerste verkooplanden
Nederland is een van de eerste landen waar Citroën’s werden verkocht; hier werd de eerste importeur eind 1919 aangesteld: N.V. v/h John Moos Automobielhandel-Maatschappij uit Haarlem. De eerste Nederlandse Citroën-koper was Jos Mannaerts uit Tilburg, die toen hij de Parijse autosalon van oktober 1919 bezocht een exemplaar bestelde voor zijn nichtje, dat op punt stond om te trouwen.

Nadat begin jaren twintig Martin van der Wal de belangen van Citroën als importeur heeft behartigd, wordt in 1924 een fabrieksfiliaal aan de Amsterdamse Weteringschans geopend. Een bedrijf dat, zij het op een ander adres, onder de vleugels van Groupe PSA Nederland nog steeds in Amsterdam gevestigd is.